Hoe bereid je je voor op rijden op de snelweg

Rijden op de snelweg kan in het begin spannend zijn. Er rijden veel auto’s, de snelheid ligt hoger en je moet goed opletten bij het wisselen van rijstrook. Gelukkig is het helemaal niet moeilijk als je weet waar je op moet letten. In deze blog lees je hoe je je goed voorbereidt op rijden op de snelweg.

Contact

1. Begin met een goede basis

Voordat je de snelweg op gaat, is het belangrijk dat je de basis van autorijden goed beheerst. Dit betekent dat je:

  • Goed kunt schakelen (als je in een schakelauto rijdt)
  • Rustig kunt sturen en de auto goed onder controle hebt
  • Weet hoe je veilig moet invoegen en uitvoegen
  • Spiegels op de juiste manier gebruikt

Als je deze vaardigheden nog niet helemaal onder de knie hebt, is het slim om eerst meer ervaring op te doen op gewone wegen voordat je de snelweg op gaat.

2. Ken de verkeersregels op de snelweg

Op de snelweg gelden specifieke verkeersregels die anders zijn dan op gewone wegen. Hier zijn een paar belangrijke regels die je moet kennen:

  • De maximale snelheid op de snelweg is meestal 100 km/u overdag en 130 km/u in de avond en nacht. Let op de borden, want soms is de snelheid lager.
  • Invoegen doe je via een invoegstrook. Je moet zelf bepalen wanneer je veilig kunt invoegen.
  • Haal altijd links in. Rechts inhalen mag niet, behalve als er sprake is van file.
  • Houd voldoende afstand. De vuistregel is: twee seconden afstand houden van de auto voor je.
  • Voorkom onnodig wisselen van rijstrook. Kies een rijstrook en blijf daar, tenzij je moet inhalen.

3. Oefen met invoegen en uitvoegen

Een van de lastigste dingen voor beginnende bestuurders is invoegen op de snelweg. Hier zijn wat tips om dit goed te doen:

  • Kijk ver vooruit: Zo zie je eerder of er genoeg ruimte is om in te voegen.
  • Gebruik je spiegels en je dode hoek: Kijk niet alleen in de binnenspiegel en buitenspiegel, maar ook over je schouder om te checken of er geen auto in je dode hoek zit.
  • Pas je snelheid aan: Je moet ongeveer dezelfde snelheid hebben als de auto’s op de snelweg voordat je invoegt.
  • Wacht niet te lang: Twijfel niet te veel. Als je een gat ziet en het is veilig, voeg dan in.

Bij het uitvoegen moet je goed vooruitkijken en op tijd je richtingaanwijzer gebruiken. Begin op tijd met afremmen en houd er rekening mee dat de afrit soms een scherpe bocht heeft.

4. Houd afstand en let op je snelheid

Op de snelweg rijden auto’s vaak sneller dan je gewend bent op andere wegen. Het is belangrijk dat je voldoende afstand houdt, zodat je genoeg tijd hebt om te reageren. Een handige manier om te checken of je genoeg afstand houdt, is de twee-secondenregel:

  1. Kies een vast punt langs de weg, bijvoorbeeld een verkeersbord of een brug.
  2. Zodra de auto voor je dat punt passeert, begin je in je hoofd te tellen: “éénentwintig, tweeëntwintig.”
  3. Ben je bij het punt voordat je “tweeëntwintig” hebt gezegd? Dan rij je te dicht op je voorganger en moet je meer afstand nemen.

Als het regent of mistig is, moet je nog meer afstand houden, omdat je remweg langer wordt.

5. Wisselen van rijstrook

Soms moet je van rijstrook wisselen, bijvoorbeeld om een langzame auto of vrachtwagen in te halen. Dit moet je altijd voorzichtig doen:

  • Check je spiegels en dode hoek voordat je van rijstrook wisselt.
  • Gebruik altijd je richtingaanwijzer, zodat andere bestuurders weten wat je van plan bent.
  • Wissel pas van rijstrook als er genoeg ruimte is. Probeer niet tussen twee auto’s in te duiken als de afstand te klein is.
  • Kijk vooruit om te zien of er verderop op de rijstrook genoeg ruimte is.

6. Blijf rustig en zelfverzekerd

Het belangrijkste bij rijden op de snelweg is dat je rustig blijft. Twijfelen of zenuwachtig worden, kan gevaarlijk zijn. Als je merkt dat je gespannen bent:

  • Haal diep adem en blijf gefocust.
  • Rijd met een snelheid waar je je comfortabel bij voelt, maar blijf niet onnodig langzaam rijden.
  • Blijf goed opletten op andere weggebruikers, maar laat je niet opjagen.

Als je merkt dat je snel moe wordt of gespannen raakt, neem dan even pauze bij een parkeerplaats.

7. Weet wat je moet doen bij pech of noodgevallen

Het kan gebeuren dat je auto pech krijgt op de snelweg. Weet wat je moet doen in zo’n situatie:

  • Zet je auto zo ver mogelijk naar rechts op de vluchtstrook.
  • Zet je alarmlichten aan.
  • Stap nooit uit aan de kant van het verkeer. Stap uit via de rechterkant en ga achter de vangrail staan.
  • Bel de pechhulp of 112 als er gevaar is.

Als je merkt dat je fout gereden bent, blijf kalm. Neem de eerstvolgende afslag en draai daar om.

Conclusie

Rijden op de snelweg is niet zo moeilijk als het lijkt. Het belangrijkste is dat je je goed voorbereidt, de regels kent en rustig blijft. Door stap voor stap te oefenen, krijg je vanzelf vertrouwen in je rijvaardigheid. Na een paar keer oefenen voelt het al een stuk makkelijker en wordt het zelfs leuk om op de snelweg te rijden!

Wil je vrijblijvend meer informatie ontvangen?

Rijschool Vincent Fijan heeft een aantoonbaar hoog slagingspercentage. Dankzij dit slagingspercentage is succes gegarandeerd.

"(Vereist)" geeft vereiste velden aan

Vincent Fijan
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.